Over de auteur Het denken van Ernst Stern Inhoudsopgave Flaptekst Olive Press Hoofdpagina

Ernst Stern

Wat zal men doen?

Een filosofie van de rechten van de mens,
dl I & II

ISBN 90-806129-1-X (dl. I)
ISBN 90-806129-2-8 (dl II)
(2002) NUGI 611, 615

Gebonden in linnen met stofomslag
formaat 14,4 x 21,2cm
dl I, blz. 1-323, dl II, blz. 325-573

dl I, EUR 30,00, dl II, EUR 28,00

bestel info bestel

Ernst Stern: Wat zal men doen? dl I & II,
een filosofie van de rechten van de mens




















Inhoudsopgave Over de auteur Flaptekst Home

Het denken van Ernst Stern

overwegingen van de uitgever

Tijdens mijn studie filosofie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam kwam ik in contact met het denken van Herman Dooyeweerd. Aan de VU was het werk van deze gereformeerde denker, bekend als de Wijsbegeerte der Wetsidee, verplichte kost. Dit denken, waarop Kuypers ideeën over 'soevereiniteit in eigen kring' een grote invloed hebben uitgeoefend, gold daar als dé christelijke filosofie. Die ideeën van Kuyper - klokkenluider der kleine luiden - hadden ook de nodige invloed uitgeoefend op Verwoerds apartheidsdenken in Zuid Afrika. Ik en vele van mijn medestudenten hadden dan ook het gevoel in een reactionair bolwerk terecht te zijn gekomen. Dat bolwerk bleek spoedig ook nog eens fundamentalistisch. Hier stond de wieg van de Reformatorische Politieke Federatie. Hier hing alles af van 'het geloof' dat in antithese stond tot de rede.

Zelf had ik met die rede niet zo'n moeite. De idee van een christelijke filosofie vond ik even absurd als die van een christelijke wiskunde of een christelijke stoel. Waar hadden ze het over?

Wel drong het tot me door dat de ideeën van Dooyeweerd niet geheel strookten met die van zijn aanhang en dat de invloed van het 'pagane' denken op zijn filosofie groter was dan vele van zijn aanhangers lief zou zijn, zo zij het hadden willen inzien.

Toen na zo'n 25 jaar kreeg ik het manuscript van Ernst Stern in handen en ontdekte ik tot mijn verbazing dat veel van de gedachten die voor mij een overweging hadden gevormd afstand te nemen tot het denken van Dooyeweerd hier geuit werden door diens schoonzoon en met een beroep óp Dooyeweerd. Had ik mij zo in Dooyeweerd vergist, of hadden zijn volgelingen hem zo verdraaid, dat de echte zin van zijn werk me was ontgaan? Ik denk het eigenlijk niet, of niet helemaal, hoewel ik wil toegeven dat Dooyeweerd sociaal gezien vooruitstrevender was dan de meeste van zijn navolgers. Hoewel Stern getroffen is door Dooyeweerds gedachten over de pluriformiteit van het zijnde, ordent hij de werkelijkheid op een andere manier, waardoor de rede en de waarheid niet aan een geloof dat men dient te aanvaarden onderhorig worden gemaakt. Integendeel, Stern wijst erop dat in de bijbelse traditie het geloof helemaal niet centraal staat, zoals vele gelovigen zo graag aannemen, maar het recht, het recht van de onderdrukte. Sterns politieke kleur werd daarom niet die van de RPF maar van de PSP. Dit intrigeerde mij. Het werd duidelijk dat ik dit werk moest uitgeven.

Wat beweegt Stern? Om te beginnen denk ik een elementair gevoel voor rechtvaardigheid. Het is niet moeilijk om dit zelfde gevoel te herkennen in vele passages van zowel het Oude als Nieuwe Testament. Men denke aan Jesaja, Ezechiël, Openbaring van Johannes. Daarbij interpreteert Stern de verbondssluiting op de Sinaï als sociaal contract. Vandaar loopt een ononderbroken lijn naar gedachten over volkssoevereiniteit en mensenrechten.

Stern ziet in dat het historisch christendom geen ernst met deze ideeën heeft gemaakt. Dat is omdat het zich heeft laten corrumperen door haar banden met de Romeinse staat en religie. Hier staat niet het recht maar het geweld centraal, met als gevolg het primaat van een economie met de wapenindustrie als voornaamste pijler (staat fundeert economie). Hier komen Stern de structuren van Dooyeweerds denken van pas. Zelfs Marx beschouwde de economie als grondslag van de samenleving (Hoewel Stern erop op wijst, dat hij door de subtitel van zijn Das Kapital: 'Kritik der politische Ökonomie' eigenlijk aangaf beter te weten). Met Dooyeweerds idee van elkaar voorwaardelijk funderende werkelijkheidsmodaliteiten toont Stern eenvoudig aan dat deze in het westen en bovenal in onze eigen tijd algemeen aanvaarde idee van het economische primaat op een waan berust. Het is juist de samenleving die de economie fundeert. Hierin sluit Stern zich aan bij Huizinga, maar tegenover Huizinga verdedigt Stern dat het recht voorwaarde is voor de samenleving. Geen spel zonder regels. En samenleven is een spel volgens regels.

Waarom wordt de staat (en niet alleen de Romeinse) gedomineerd door het geweld? Om deze vraag te beantwoorden beroept Stern zich op het denken van René Girard. Ik herinner mij een lezing van Lammert Leertouwer, godsdienstwetenschapper en voormalig rector magnificus van de Rijksuniversiteit Leiden. Toen hij te spreken kwam over het religieuze gebruik van het mensenoffer, stelde deze: 'Niets bindt sterker dan een gemeenschappelijke schuld.' Dat zal hij van Girard hebben gehad. De schrik voor het offer richt alle neuzen dezelfde kant op en vermag als niets anders rust en orde in de samenleving te brengen. Dat is uiteraard heel vervelend als jij het offer bent, maar de resulterende saamhorigheid heeft ook iets heilzaams. Liefst zocht men zijn offers daarom buiten de 'eigen kring' (denk aan de Azteken). Daar hebben we dus de oorsprong van de moderne gewapende staat. Het offer is de kern van de religie en tevens fundament van de staat. Jammer alleen dat het strijdig is met het fundament van de samenleving (niet hetzelfde als de staat), het recht. Het offer is daarom pas ideaal wanneer men het kan doen voorkomen als rechtsvoltrekking. Het offer is de executie van een misdadiger. Zo maakt men van recht strafrecht. Maar hier wijst Stern erop dat straf onrecht niet ongedaan maakt. Straffen is daarom geen recht. Recht is eerder het betrachten van billijkheid. En recht doen kan dan alleen een herstel van billijke verhoudingen zijn. De gewapende staat is de corruptie van de samenleving.

Omdat Stern met Girard religie typeert als het bereiken van maatschappelijke rust door middel van het (mensen)offer, distantieert hij zich van ieder religieus geloof, het geloof van de bloed eisende god. Persoonlijk denk ik, dat ook de bijbelse traditie niet geheel vrij is van de smet van een dergelijke god. Maar anderzijds heeft Stern gelijk als hij wijst op die bijbelse passages die zich met grote gedrevenheid tegen een dergelijk godsbeeld keren. Zijn opvatting bracht hem onvermijdelijk in conflict met zijn kerk. Met de Romeinse staat moest het christendom immers ook het mensenoffer dat haar grondslag vormde aanvaarden. Wie heeft het niet op de NS-stations gelezen? 'Zo lief heeft God de wereld gehad dat hij zijn enig geboren Zoon geschonken heeft'. Daarbij denkt men dan: 'geofferd heeft'. Want 'het bloed van Christus wast ons van onze zonden'. Het zal je vader maar wezen zo'n god! En dat niemand ooit gedacht heeft: 'Als hij zo met zijn kinderen omspringt, wat staat ons dan wel niet te wachten?' Hier presenteert het christendom (en katholieken en protestanten zijn op dit punt eensgezind) een god die de wereld op dezelfde manier weer in het gareel brengt als Agamemnon dit deed met zijn muitende leger: door de schok van het offer van zijn onschuldige dochter Iphigeneia. Men leze op dit punt Aischylos' Orestes-trilogie. Stern wijst erop, dat de geredigeerde of zelfs gecensureerde teksten die we nu hebben, een dergelijke offer-hypothese niet rechtvaardigen.

Wil de samenleving mondig worden, moeten we van onze gewapende staat af. En dus moeten we af van het religieuze geloof dat die staat schraagt. Dat kan volgens Stern wanneer men met Bonhoeffer kiest voor een niet-religieus geloof, niet dat van de transcendente alchemie van het christusoffer, bij voorkeur aangevuld met transsubstantieel kannibalisme, maar het geloof dat Jezus zelf motiveerde, het geloof in de waardigheid en in de rechten van de mens. Jezus wilde de wereld bevrijden met zijn boodschap, niet met zijn dood. Helaas wérd dat zijn doodvonnis. En zo verging het onnoemelijk veel andere mensenrechtenactivisten.

Al met al is Sterns essay Wat zal men doen? een vlammend pleidooi voor de Rechten van de Mens en een daarop gebaseerde samenleving waarin men macht niet langer zal associëren met geweld maar met sociale verantwoordelijkheid.


Alfred Scheepers


























Flaptekst Het denken van Ernst Stern Inhoudsopgave Home

Ernst Stern
Ernst Eduard Stern (geboren 1926) studeerde theologie in Amsterdam vanaf 1947. Door zijn huwelijk met Evelien Dooyeweerd werd hij de schoonzoon van de bekende calvinistische filosoof Herman Dooyeweerd door wiens denken hij nog altijd diepgaand beïnvloed is. Hij werd dominee in Sas van Gent. Met zijn vrienden (de onlangs overleden) Bert ter Schegget en Herman Wiersinga keert hij zich tegen een interpretatie van het christendom als offermystiek (het Christusoffer). Voor een dergelijke uitleg is z.i. geen tekstuele basis. Jezus werd door de overheid en niet in opdracht van een god vermoord.

In 1968 presenteert hij een doctoraalscriptie over staatsgeweld, in 1973 uitgewerkt tot een proefschrift. Hij wijst erop hoe kritisch de bijbelse traditie tegen dit geweld stelling neemt. Centraal staat daarbij een groei tot mondigheid en zelfbeschikking. Consequent stond zijn loopbaan daarom in dienst van de vredesbeweging, hetgeen hem door de Nederlandse Hervormde Kerk niet in dank werd afgenomen. Vanwege zijn consequente stellingname werd hij in 1986 uit zijn ambt ontheven. De directe aanleiding was een samenwerking van de Hervormde Jeugdraad (waarvan Stern secretaris was) met het Palestina-komitee. Stern is verder betrokken geweest bij de Wereldraad van Kerken, lid geweest van de voormalige PSP, en was tot voor kort actief in de Liga voor de rechten van de mens.




















Home Over de auteur Flaptekst Het denken van Ernst Stern

Inhoudsopgave

Voorwoord
Inleiding
---
---
---
---
Hoofdstuk I: nadenken
---
---
---
---
---
---
Hoofdstuk II: Spreken
---
---
---
---
---
---
---
---
---
---
---
---
---
---
---
---
---
---
---
---
---
---
---
Hoofdstuk III: Scheppen
---
---
---
---
Hoofdstuk IV: Wonen
---
---
---
---
---
---
Hoofdstuk V: Regeren
---
---
---
---
---
---
---
---
---
---
---
---
---
---
---
---
---
Hoofdstuk VI: Geloven
---
---
---
---
---
---
---
---
---
---
---
---
---
---
---
---
---
Hoofdstuk VII: Spelen
---
---
---
---
---
---
---
Hoofdstuk VIII: Oordelen
---
---
---
---
---
---
---
---
---
---
Hoofdstuk IX: Willen
---
---
---
---
---
---
---
---
---
---
---
---
---
---
---
---
---
---
---
---
---
Hoofdstuk X: Neigen
---
---
---
---
---
---
---
Hoofdstuk XI: Leven
---
---
---
Hoofdstuk XII: Omgeven
---
---
---
---
---
---
Hoofdstuk XIII: Veranderen
---
---
---
Hoofdstuk XIV: Duren
Hoofdstuk XV: Meten
---
---
---
---
---
---
---
---
---
---
---
---
Hoofdstuk XVI: Tellen
---
---
Bijlagen
---
---
---
---
---
Index van persoonsnamen
---
---
0.1. Uitgangspunten
0.2. Denkraam
0.3. Motivering
0.4. De situatie

---
Overwegingen vooraf inzake de samenhang van de aspecten
1.1. Liefde is geen samenvattend gezichtspunt
1.2. Vrijheid is de achtergrond van alles

1.3. De rol van de uitgangspunten
---1.4.1. De hypothese van de zestien aspecten
---1.4.2. Ethiek

---
2.1. De kwetsbaarheid van de taal
2.2. De ontwikkeling van de taal
2.3. Het verzamelbegrip ervaringsaspect
2.4. Specifieke verschillen tussen natuuraspecten

--- (16) tellen
--- (15) meten
--- (14) duren
--- (13) veranderen
--- (12) omgeven
--- (11) leven
--- (10) neigen
--- (09) willen

2.5. Afzonderlijke cultuuraspecten
--- (08) oordelen
--- (07) spelen
--- (06) geloven
--- (05) regeren
--- (04) wonen
--- (03) scheppen
--- (02) spreken
--- (01) nadenken

2.6. Normatieve werking van de hogere aspecten
2.7. Natuur fundamenteel voor cultuur

---
3.1. Muziek
3.2. Beeldende kunst
3.3. Literatuur
3.4. Film

---
4.1. Techniek
4.2. Geld
4.3. Economische democratie
4.4. Kapitalisme en commnisme
4.5. Het gelijk van het socialisme
4.6. Een mensenrechteneconomie

---
5.1. Herstructurering van de politieke macht
---5.1.1. Uitvoerende macht overmeestert rechterlijke macht
---5.1.2. Uitvoerende macht overmeestert wetgevende macht

5.2. De taak van de vredesbeweging
---Mensenrechten als motivering
---5.2.1. Kritiek
---5.2.2. Erkenning van vrede als mensenrecht
---5.2.3. Nut van die erkenning: Nonviolent Peace Enforcing

5.3. De corrumperende werking van de macht
---5.3.1. De staat
---5.3.2. De kerk
---5.3.3. Staatsverafgoding
---5.3.4. Opvoeding
---5.3.5. Het bedrijf
---5.3.6. De school

5.4. Vrede als wetenschap
5.5. Vrede als doel

---
Overwegingen vooraf inzake perverse religie
6.1. Moraal
6.2. Geldigheid van de decaloog
6.3. Religieus vermomde revoluties
6.4. De Rechten van de mens als humanisering van de religie

---Recht op religie
---6.4.1. Religie als bron van recht
---6.4.2. Religie als bron van onrecht
---6.4.3. Dubbelzinnigheid van de religie
---6.4.4. Girard: het zondebokmechanisme
---6.4.5. Waarom Girard kerklid?
---6.4.6. Alleen onschuldig niet beschuldigend geloof toegestaan
---6.4.7. Hergroepering en herstructurering

6.5. Jezus, de Christus uit Nazareth
6.6. De godsrol en de godstitel
6.7. Religie als neurotisch geloof
6.8. Onttroning van politieke goden

---
7.1. Spelen en spel
7.2. Spel is altijd om macht
7.3. Macht corrumpeert niet vanzelf

---7.3.1. Wanneer machtsverhoudingen scheef?
---7.3.2. Vrees
---7.3.3. Gevoel van onmacht

7.4. Conclusie
---
8.1. Rechtsgelijkheid
8.2. Recht fundamenteel voor de zeven cultuuraspecten

---8.2.1. 't Rechtsoordeel is een gegeven, het fundamentele karakter ervan inzicht
---8.2.2. Het primaat van het recht

8.3. Hypocrisie in de teksten van de Rechten
8.4. Een dilemma ten gevolge van het religieus dualisme
8.5. Democratie
8.6. Gelijkheid door vergelding of door vergeving
8.7. Nogmaals de Decaloog
8.8. De kromming van het recht

---
9.1. Natuurlijke grenzen aan de vrijheid
9.2. Natuurlijke grenzen aan de verbeelding
9.3. Culturele begrenzing en bescherming van de vrijheid
9.4. Onwelwillendheid door allerlei onderdrukking

---9.4.1. Filosofisch
---9.4.2. Filologisch
---9.4.3. Esthetisch
---9.4.4. Economisch
---9.4.5. Politiek
---9.4.6. Religieus
---9.4.7. Sociaal
---9.4.8. Juridisch
---9.4.9. Intellectueel
---9.4.10. Psychologisch

9.5. Storingen in de functies van de wil
---9.5.1. Gestoorde waarneming
---9.5.2. Selectief geheugen
---9.5.3. Goede voornemens
---9.5.4. Fantasieloosheid
---9.5.5. Tegenstrijdigheden

9.6. Men kan niet beslissen
---
10.1. Overzicht
10.2. Gestoorde ontwikkeling en opheffing van de storing
10.3. Over liefde
10.4. Dooyeweerds religieuze gedrevenheid
10.5. Eliacheff en de Rechten van het Kind
10.6. Fundamentalisme
10.7. Moordlust

---
11.1. De eerbiedwaardigheid van het leven
11.2. De verdwijnende biosfeer
11.3. Overleven

---
12.1. Het laatst ontdekt aspect?
12.2. De planeet Aarde als cultuurgoed
12.3. De juridische positie van de aarde
12.4. Sociale positie van de aarde
12.5. Religieuze positie van de aarde
12.6. Politieke en economische positie van de aarde

---
13.1. Nuttige energie
13.2. Verwoestingsenergie
13.3. Alles is energie

---
---
15.1. Wiskundige ruimte
15.2. Ecologische ruimte
15.3. Biologische ruimte
15.4. Psychologische ruimte
15.5. Logische ruimte
15.6. Juridische ruimte
15.7. Sociale ruimte
15.8. Ruimte voor geloofsverandering
15.9. Politieke ruimte
15.10. Economische ruimte
15.11. Esthetische ruimte
15.12. Zijn er wel woorden voor?

---
16.1. Alles is telbaar
16.2. Hoeveel er ophoudt en hoe weinig er begint

---
i: Levensloop van de auteur
ii: Universele verklaring van de Rechten van de Mens
iii: Verklaring van Maastricht en Utrecht (1988)
iv: Verklaring van Bonn
v: Grondbeginselen en kern van de Rechten van de Mens

---
15
17
17
22
31
34
43
43
44
53
62
66
88
95
95
99
106
114
114
116
116
117
118
119
120
122
126
126
127
129
134
136
140
143
147
150
153
155
155
162
165
171
173
173
177
184
189
197
200
203
203
213
222
230
230
232
234
237
238
241
242
243
244
245
246
248
251
255
255
262
273
276
278
278
279
280
281
282
285
286
288
290
295
309
315
325
325
326
329
331
332
341
347
349
349
352
358
360
371
373
378
382
384
391
397
401
405
406
409
410
411
412
413
414
415
417
417
418
419
419
420
420
421
422
423
424
427
427
436
440
448
452
454
457
463
463
471
472
475
475
476
482
484
485
487
489
489
491
494
497
509
509
510
512
513
515
516
517
519
520
522
523
524
525
525
525
---
539
549
555
559
563
565


Top












Flaptekst deel II Home Over de auteur Het denken van Ernst Stern Inhoudsopgave

Flaptekst

Deel I

Drie denkers markeren de denkweg van theoloog Ernst Stern: René Girard, die de in zijn ogen bij uitstek religieuze idee van het (mensen)offer ontmaskerde als sociaal smeermiddel, zij het in de verhulling van het door Rudolf Otto aangehaalde mysterium tremendum ac fascinosum. Zie hier, aldus Stern, de wieg van de geweldstaat die verantwoordelijk is voor de staat van geweld die we er doorgaans in aantreffen. Dan, Dietrich Bonhoeffer: wars van iedere uit de wereld helpende religie, zag hij de zin van 'geloof' veeleer als een uit ontreddering leidend wereldimmanent vertrouwen. Zo wijst Jezus op het vertrouwen (geloof) als een mosterdzaadje, wat duidelijk maakt dat geloof niets te maken kan hebben met enige leerstelling (dogma) die over levende mensen heenloopt. Drie, Sterns schoonvader, de gereformeerde filosoof Herman Dooyeweerd, die ontdekte dat de menselijke werkelijkheid verscheidene niet tot elkaar herleidbare dimensies kent, die hij 'modaliteiten' noemde, waarvan de één de andere weliswaar voorwaardelijk conditioneert maar niet inhoudelijk bepaalt. Dit laatste is het werk van een aan die modaliteit zelf immanent beginsel. Zo is het menselijk willen b.v. wel geconditioneerd door de modaliteit van de natuuroorzakelijkheid maar wordt het bepaald door de aan de wil zelf immanente vrijheid.
Stern interpreteert de geschiedenis als door vrijheid tenderend tot het inzicht in en respect voor een menselijke waardigheid die onschendbaar is zelfs ten overstaan van een 'heilig mysterie'. Met Girard en Bonhoeffer traceert hij dit ethisch besef m.n. in de bijbelse traditie. Het openbaart zich in de omvattende modaliteit van het 'denken' en vindt in onze tijd zijn voornaamste uitdrukking in de 'verklaring van de rechten van de mens'.




















Het denken van Ernst Stern Inhoudsopgave Flaptekst deel I Home Over de auteur

Flaptekst

Deel II

Macht, recht en vrijheid vormen de belangrijkste thema's van het tweede deel van Sterns  mensenrechtenfilosofie. In tegenstelling tot veel denkers ziet Stern geen spanning tussen macht enerzijds en recht en vrijheid anderzijds. Macht ontstaat wanneer mensen in vrijheid hun krachten bundelen om recht te bewerkstelligen. Ze is een positief te waarderen kwaliteit die het leven kan kenmerken en contrasteert niet met vrijheid maar met machteloosheid. De onderdrukkende macht die politici uitoefenen is geen macht maar een misbruik van de aan hen (door mensen) verleende autoriteit. Dat laatste is een politieke notie, macht een sociale. Hier kiest Stern met o.a. Hannah Arendt partij tegen grote namen als die van Bertrand Russell. 'Auctoritas in senatu, potestas in populo', zeiden de Romeinen al (gezag bij de senaat, de macht bij het volk).

Recht is een voorwaarde voor die sociale macht, want alleen door zich te schikken in de regels van het sociale spel, kan men de eendracht vormen die greep geeft op de samenleving. 'Eendracht maakt macht', zegt het spreekwoord terecht.

Een hoopvolle visie van een, met het oog op de catastrofen die ons bedreigen, bijkans wanhopige Pelagiaan, die zich zelfs door een Bernhard Delfgaauw de overtuiging niet wil laten ontnemen dat de mens vrij is ten goede.






















Home Bestel

Bestel Info

U kunt per E-mail bestellen, of per post, telefoon of fax. De verzendkosten in Nederland en België zijn een vast bedrag van EUR 1,50. In België wordt een deel van de bankkosten, nl. EUR 2,50 doorberekend, behalve wanneer betaald wordt vanaf een Nederlandse rekening. Noemt u ook uw naam en volledig adres in uw E-mail. We kunnen helaas geen credit-cards accepteren. U kunt ook bestellen via de Boekhandel.