Geert Wilders bepleit een verbod op het dragen van boerka's (chador/niqab). Hij vindt de boerka vrouwonvriendelijk en middeleeuws, 'een belediging voor iedereen die gelooft in gelijke rechten' (mannen hoeven die dingen immers niet te dragen). Het verbod zou bijdragen tot integratie en veiligheid en Wilders vindt het ook onaanvaardbaar dat mensen onherkenbaar zijn. Een meerderheid van de kamer (CDA, VVD, LPF en Nawijn) steunt hem. Links laat het afweten en ziet weerzin tegen de boerka kennelijk als een vorm van rechts extremisme (Parool 21 dec. 2005).

Nu ben ik over het algemeen geen vriend van Hildebrand Nawijn of van Wilders of van hun politieke ideeën. Toch lijkt het me in dit geval moeilijk ze ongelijk te geven. Je vraagt je ook af wat voor reden links kan hebben het met die stelling niet eens te zijn. Ik dacht dat links zijn wortels had in het historisch materialisme en ook voortborduurde op de humanistische idealen van gelijkheid als gekoesterd door de Verlichting. Vanwaar dan die knieval voor de meest achterlijke vormen van religieus fundamentalisme?

Amsterdam voelt niets voor een verbod. Bronnen rond Job Cohen zeggen dat (Parool 22 dec 05, Bert Steinmetz) 'de APV nooit een hogere wetgeving of de grondrechten mogen overstijgen'. Cohen schijnt te menen dat volgens die grondrechten iedereen zich mag kleden zoals hij zelf wil. Nog afgezien of vrouwen die boerka's dragen zich altijd kleden zoals zij dat zelf willen, of dat zij zich veeleer kleden zoals anderen dat van hen willen, is het de vraag of dit in de grondrechten verankerd ligt. Het is immers duidelijk dat wij ons nu al niet mogen kleden zoals we willen volgens de wet en de APV. Dikwijls mogen we niet eens drinken zoals we dat willen, zitten zoals we dat willen, slapen zoals we dat willen en groepjes vormen zoals we dat willen, laat staan kleden zoals we dat zouden willen. We hebben hoe dan ook niet het recht om anoniem in het openbaar te verschijnen. Overal staan camera's om ons in de gaten te houden. Wat dat voor onze grondrechten betekent kan niemand ene moer schelen. Maar als het gaat om de verlaging van de vrouw tot een bosje wortelen, dan moet dat opeens kunnen vanwege de grondrechten. Terwijl ik eerder zou denken dat juist dit strijdt met de grondrechten.

Eerst de APV. Die mag natuurlijk wél verder gaan dan de grondrechten. Iedere wet, iedere verordening legt per definitie meer vast dan de grondrechten doen, anders zou verdere wetgeving naast de grondwet overbodig zijn. Ze mogen niet strijdig zijn met de grondrechten, maar dat is wat anders. Nu is het bemoeien met hoe mensen zich kleden sinds jaar en dag iets waar de wet zich mee heeft beziggehouden tot op vandaag toe. Het gegeven dat dit in strijd zou zijn met de grondrechten is dus een nieuwe ontdekking van Job Cohen. Om deze te verdedigen zou hij zich dus moeten verduidelijken. Waar staat dat in de grondrechten?

Nog niet zolang geleden mochten mannen zich b.v. niet in vrouwenkleren bewegen en nog altijd mogen wij niet zomaar bloot over straat lopen. Zelfs mensen die bloot binnenshuis lopen worden af en toe voor de rechter gedaagd wanneer ze verzuimen de gordijnen te sluiten en de buren zich eraan storen.

Maar zal Cohen zeggen: dat heeft te maken met de zedelijkheid. Wat is dat? Bepaalde gelovigen, katholieken, calvinisten, moslims, geloven dat er iets mis is met het menselijk lichaam. Het zou 'vies' zijn, zelfs wanneer het pas onder de douche vandaan komt (metafysisch-religieus vies dus), en daarom aan het zicht moeten worden onttrokken. Op grond daarvan worden mensen verplicht delen van hun lichaam te bedekken, met name die delen die door deze groepen als de meest vieze beschouwd worden. Andere groepen in de samenleving begrijpen volstrekt niet waarom het gaat. Dit begrip van zedelijkheid kan namelijk alleen maar gedefinieerd worden wanneer men een religieus-metafysisch uitgangspunt aanvaardt waarbinnen alleen dit begrip 'zedelijkheid' betekenis kan hebben. Een groot deel van de samenleving - tegenwoordig waarschijnlijk het grootste deel - aanvaardt dat uitgangspunt niet en dit begrip 'zedelijkheid' heeft voor hen dus geen enkele betekenis. Niettemin bepaalt het hoe zij zich moeten kleden, nl. welke delen van hun lichaam zij moeten bedekken en welke zij mogen tonen. Dat kan haaks staan op hun eigen keuze. Het is immers bekend dat veel mensen dolgraag juist die 'vieze' delen zouden laten zien. Wat eruit komt is een soort maatschappelijk compromis. Er wordt van ons verlangd dat we rekening houden met gevoelens van minderheden. En daar valt wat voor te zeggen. Waarom zou je mensen zonder noodzaak in verlegenheid brengen?

Andere groepen in de samenleving kunnen ook metafysische uitgangspunten hebben. Sommige groepen 'gelovigen' maken zich erg druk om zogenaamde 'schaamdelen', anderen hechten meer waarde aan de persoonlijkheid. Zo bekleedt b.v. voor de filosoof Emmanuel Levinas het menselijk gelaat de centrale plaats binnen zijn metafysica. Voor hem is dit gelaat de geleider van al het ethische. Alle morele omgang is alleen mogelijk van aangezicht tot aangezicht. Vanuit dit uitgangspunt zou de bedekking van het gelaat de uitsluiting van morele en menselijke interactie betekenen. M.a.w. de bedekking van het menselijk gelaat (we gaan er even van uit dat ook de vrouw een mens is) zou in strijd zijn met de zedelijkheid. Kledingvoorschriften op die grond zijn gemeengoed en algemeen geaccepteerd. De bedekking van het gelaat maakt de vrouw tot een object, een letterlijk onmondige. En dit is zeker in strijd met de grondrechten en rechten die gelijke behandeling van mannen en vrouwen eisen. Illustratief is de oude uiterst politiek incorrecte anekdote die al de ronde deed in mijn middelbare schooltijd (ver voor de immigratie). Oliepomper op bezoek bij de sjeik, met gesluierde vrouwen op kamelen op pad naar de jaknikker. Valt er een af, wijdbeens op de grond, kut wijd opengesperd. Uiterst gênante situatie denkt de pomper. Ach, zegt de sjeik. 'Je hebt haar gezicht toch niet gezien.'

De niqab heeft op veel mensen een vervreemdend effect, alsof je op een andere planeet terecht komt. In de begindagen, zo'n 15 jaar geleden reageerde ieder, moslim of niet, op straat met verbijstering. Vandaag, nu je ook mensen tegenkomt met een gezicht als de achterkant van de schijf van een messenwerper en andere scala's aan verminkingen kan die niqab er ook wel bij. Maar je kunt je afvragen of je niet álle gestoord gedrag aan zou moeten pakken.

Hoe zit het met het religieuze aspect van de Niqab? Er is niets wat erop wijst dat de islam de volledige gezichtsbedekking van de vrouw ooit heeft voorgeschreven. De Qoran zelf is vrij nonchalant als het om kledingvoorschriften gaat. Het is eigenlijk niet verdedigbaar dat Al Nur 30-32 gezichtsbedekking voorschrijft. Wat bedekt moet worden, wordt in verband gebracht met eerbaarheid en met iets wel geschapens (tooi). Alles suggereert de borsten. Het is volstrekt ongewoon het gezicht met verhullende omschrijvingen aan te duiden, terwijl dat bij geslachtskenmerken overal juist algemeen gebeurt. Het klassiek commentaar moet er echt naast zitten. Het bedekken van de borsten was vóór Mohammeds tijd waarschijnlijk niet gebruikelijk, althans niet algemeen. Vandaar die aandacht. Elders wordt zelfs gesuggereerd dat die hele eerbaarheid na de overgang niet meer echt nodig is, hoewel toch aanbevelenswaard. Een dwingend geloofsargument is er dus ook niet.

Blijft de vraag: hoe vrij moet iemand zijn in de keuze van haar kleding en hoe vrij is een moslimvrouw in de keuze van haar kleding? Cohen lijkt te bepleiten dat je iemand niet zijn/haar kleding kunt voorschrijven. Waar de sjaria regeert gebeurt dat overigens wel, zoals b.v. in Iran en Aceh, waar de kledingpolitie bepaalt wat je draagt. Boerka's worden gedragen in milieus waar moslimwetgeving in zwang is en lijken meer een voorschrift dan een vrije keuze. Het argument dat mensen zelf moeten bepalen wat ze dragen lijkt daarom eerder tegen dan voor de Boerka te pleiten. In het licht van de terreur die er op sommige plekken op aarde op dit gebied heerst moet je toch wel volstrekt los van de wereld of volkomen hypocriet zijn om hier met een vrije kledingkeus aan te komen zetten. Afgezien van een enkele gestoorde geest kun je die vrijheid wel schudden.

Hoe zeer de vrouwendracht onder moslima's eigen keuze is, merkt ieder die iets beter uit zijn ogen kijkt. Dat geldt zelfs voor het hoofddoekje. Ernstig, ontevreden, of tuttig kijkende vrouwen en meisjes, maar lekker giechelen op een onbespied moment. Een paar jaar terug was ik getuige van een surrealistisch schouwspel op het CS. Een prachtige woeste jonge vrouw (door mij getaxeerd als Marokkaanse) schreed de hal binnen, wijd uiteengolvende bos wild haar, een volledig transparante jurk met daar onder enkel een string. Links en rechts stijf gearmd twee meisjes in zwarte lange rokken, zedige jakjes en hoofddoekjes om te voorkomen dat de duivel haar zou halen. Ze keken met een blik of ze hun hele leven nog nooit zo iets spannends hadden gedaan. Ik heb al hoofddoekjes gezien in combinatie met minirokjes en splitjurken. Het is duidelijk, de keuze voor de dracht komt niet voort uit de eigen aard en is niet vrij. Het is een opgelegde beperking, een vrijheidsberoving, een dwangmatige idee. Op zijn best is er de oprechte intentie een goede moslima te zijn en daarvoor offers te brengen. Maar denk je nu echt dat je God daar een plezier mee doet? Die ziet vrouwen ook liever zoals hij ze zelf geboetseerd heeft. God wil het u niet moeilijk maken (o.a. Al Baqara 185). Dan had Hij wel wat anders bedacht.

De laatste jaren worden wij aan alle kanten bespied door camera's die ons moeten 'beschermen'. Ik voel mij daardoor allerminst veiliger, maar de logica ervan gaat geheel verloren in het licht van de boerka. Mensen (of het vrouwen zijn moet je maar geloven) in boerka zijn daarom nog de enigen die van privacy kunnen genieten. Dat is ze wel gegund. Maar het betekent wel dat ze rustig anoniem de winkel leeg kunnen halen, de buschauffeur kunnen molesteren, argeloze voorbijgangers in hun rug kunnen prikken zonder dat een camera iets registreert, of met een lading bommen om het middel zich de lucht in kunnen laten vliegen zonder dat je iets van die dingen ziet, met ons erbij (lees Rushdies Duivelsverzen, ging daar trouwens om een Sikhse). Het is zelfs zo, dat op een gegeven moment zelfs de Afghaanse Taliban aan de boerka gingen twijfelen omdat iedere spion in zo'n ding rondliep. Daarom vinden afrekeningen 'in het circuit' ook plaats met een helm op. Dat werkt uitstekend. Niet één dader wordt gepakt. Alleen wie absoluut onschuldig is, niets te verbergen heeft, een modelburger dus, wordt in al zijn gangen geregistreerd en dat waarschijnlijk door criminelen die met helm of boerka achter een monitor zitten te loeren waar de portemonnee zit. Dat schept natuurlijk wel - geheel in strijd met de grondrechten - een situatie van rechtsongelijkheid. Of verlangt de overheid van ons dat we allemaal een boerka dragen?

Dus als de boerka mag moeten die camera's weg.

Het probleem is dat men de 'sluier' benadert vanuit de wens de werkelijkheid niet onder de ogen te zien. Daarom voert men legalistische uitvluchten aan. Voor de wet zou het niet kunnen. Maar dit is dus niet waar. De wet kan zich bemoeien met hoe men zich kleedt en doet dat ook. Dat is niet in strijd met grondrechten. Vrijheden mogen beperkt worden wanneer daar een goede reden voor is. Het feit dat ik licht op mijn fiets moet hebben is ook niet in strijd met de grondrechten. Beslissend is of er een goede reden is om vrijheden te beperken. Het is die vraag waar de meningen uiteen lopen. Links is alleen tegen, schat ik in, omdat ze bang zijn dat 'de vlam in de pan kan slaan', niet omdat voor hen de boerka het symbool van persoonlijke vrijheid en vrouwenemancipatie is. Ten tweede hopen ze moslimstemmen van rechts te kunnen wegkapen. En die hebben ze nodig. Louter opportunisme dus. Dat ze op die manier een flamboyant politica verloren hebben en ook een hoop stemmen kwijtraken vergeten ze. Rechts scoort in dit geval inhoudelijk punten. De boerka is onmiskenbaar een signaal van extremisme, zoniet van terreur dan toch van een extreme maatschappelijke en religieuze stellingname die integratie onmogelijk maakt en moet leiden tot een maatschappelijke polarisatie. Alle burgers hebben in deze samenleving bepaalde rechten en plichten. De boerka maakt dat men zolang men het ding draagt in feite nergens aan mee kan doen. Niemand is bereid met een anoniem spook samen te werken en het is volledig onrealistisch te eisen dit wel te doen. Iedere betrekking vereist dat men daarin kan functioneren. In niqab is men alleen geschikt voor het gemaskerd bal. De boerka maakt dus dat men zich van de maatschappij isoleert, en daarmee is de voorwaarde voor een radicalisering geschapen die niet te stuiten is en in de eigen dood en die van anderen kan eindigen. Dit is gevaarlijk en hoogst ongewenst en voldoende reden voor een verbod. De boerka kan niet in een moderne samenleving omdat het als zodanig een verwerping is van die samenleving, al is het dan vooralsnog een passieve. Die passieve verwerping is al te gemakkelijk manipuleerbaar naar een actieve (denk aan het geval van de Belgische Murielle Degauque/30nov-1dec.) Het is niet zo dat het louter om kleding gaat. Het is een signaal van een levensopvatting die zich keert tegen de grondbeginselen van het moderne recht die de enige basis is en kan zijn voor een multiculturele samenleving. Dit recht waarborgt gelijke rechten van minderheden, maar kan niet zover gaan in zijn tolerantie dat zij het recht aan één groep overgeeft ten koste van alle andere. Ze moet van iedere groep eisen dat ze alle andere als gelijkwaardig erkent en de gemeenschappelijke regels respecteert. Dat de fundamentalistische islam hier spelbreker is weten we. Dan moet je daarnaar handelen en ophouden je kop in het zand te steken, en ook stoppen met het mea culpa. Je kunt er mensen het leven mee redden. Nederland heeft dramatische, onvergeeflijke fouten gemaakt door blind in alles achter de VS aan te lopen. Israëls politiek is in veel opzichten niet te vergoelijken. Maar Iran grenst niet aan Israël, Maleisië niet, Soedan niet, Algerije niet, Nigeria niet, Afghanistan niet, Tsje­tsjenië niet. Dus hou op alles aan Israël toe te schrijven. De naaste buren van Israël zijn de minst fundamentalistische, ironisch genoeg.

Mijn dochter droeg en draagt nooit een minirokje. Ze zweert bij spijkerbroek. Maar de dag dat ze bij haar Marokkaanse vriendin ging spelen droeg ze er een. Toen haar moeder vroeg of het nu niet beter was zich om de gevoeligheden van anderen te bekommeren sprak zij de gedenkwaardige woorden: 'zíj zijn hier gast, zíj moeten zich aanpassen.' Afgesproken werk natuurlijk. Soms help je anderen door je níet aan te passen.