.

Op 24 februari 2005 ging de vertoning
van de tachtig minuten durende documentaire film Alias
Kurban Said van film- en televisiemaker Jos de Putter
in vijf bioscopen van start.
Eerder maakte De Putter o.a. "Dans, Grozny dans" (2002) over
een Tsjetsjeense dansgroep en "The making of a new empire" (1999)
over de Tsjetsjeense maffiabaas Noechajev, die vrijheidsstrijder, oorlogsheld,
zakenman en visionair werd.
Alias Kurban Saïd is een zoektocht naar
de ware identiteit van Kurban Said, de auteursnaam waaronder in 1937 de
roman Ali en Nino in Wenen
werd gepubliceerd. In 1938 kwam het boek in Nederlandse vertaling uit.
In
de jaren zeventig van de vorige eeuw werd de roman herontdekt
en in diverse landen opnieuw uitgegeven. In Nederland verscheen in 1974
een nieuwe Nederlandse vertaling bij uitgeverij De Harmonie. Op
de achterkant van het omslag stonden lovende reacties, waaronder een van
J.M.A. Biesheuvel. Hij schreef dat hij het boek al vijf maal had gelezen:
"Wat een humor! Wat een interessante verhalen! Wat een prachtige
verteltrant! Wat een ontroering!"
Een tweede druk
van het boek verscheen in 1981, en in 2001 volgde een nieuwe uitgave bij
De Bezige Bij/Manteau. Op de voorkant van de laatste staat vermeld: "De
herontdekking van een literaire sensatie". Ook vermeldt de uitgever
dat Ali en Nino tot de grote meesterwerken
van de wereldliteratuur behoort.
Ali en Nino is een liefdesverhaal dat zich
afspeelt in Bakoe, Tbilisi en andere plaatsen van de Kaukasus in het eerste
kwart van de twintigste eeuw. Ali is Ali Khan Shirvanshir, een jonge moslim
van adel uit Azerbeidzjan. Nino is Nino Kipiani, een mooie - christelijke
- prinses, uit Georgië. Op de achtergrond spelen heel andere zaken
dan de liefde een rol, zoals cultuurverschillen en gebeurtenissen die
hun schaduw vooruit werpen: de Eerste Wereldoorlog en de Russische Revolutie.
We komen aardige details te weten over de Kaukasus in die tijd, het exotische
leven en de bonte mengeling van volkeren met hun tradities en gebruiken.
Lange
tijd was de ware identiteit van de auteur, Kurban Said, verborgen
gebleven en bij de eerste Nederlandse vertaling van het boek werd weinig
meegedeeld, behalve dat Kurban Said een pseudoniem was van de mysterieuze
Essad Bey, een Kaukasische moslim. Later werd bekend dat Bey/Said eigenlijk
Lev Nussimbaum heette, geboren in 1905 uit een rijke joodse familie in
Bakoe. In het Nawoord van de Ali en Nino-uitgave van 2001 schrijft Tom
Reiss hoe het leven van Nussimbaum even kleurrijk was als zijn roman.
Vader Abraham Nussimbaum en zoon Lev vluchtten na de Russische Revolutie
het land uit en reisden naar de overzijde van de Kaspische Zee, Turkestan
en Perzië en vervolgens naar Turkije en Europa. In Berlijn bekeerde
Lev zich in 1922 tot de islam en nam de naam Essad Bey aan. In het society-leven
van Berlijn en Wenen deed hij zich voor als een mohammedaanse prins en
liep hij rond in het costuum van een Kaukasische krijgsheer met wapperende
mantel, zwaard en bandelier. Hij schreef zestien boeken, waaronder Allah
ist gross – Niedergang und Aufstieg der islamischen Welt en Zwölf
Geheimnisse im Kaukasus. Hij gold in zowel Europa als de VS als
een vooraanstaande autoriteit op het gebied van "de Oriënt".
Jos
de Putter
In
een interview in het programma Desmet Live op Radio 747 AM
op 21 februari
2005 vertelde Jos de Putter
hoe eind 1979 al het idee bij hem opkwam een verslag te maken
van een zoektocht naar de oplossing van het mysterie rond de schrijver
van Ali en Nino. Niet iedereen
is er namelijk van overtuigd dat Lev Nussimbaum de enige en ware auteur
is van het boek.
De Putter reisde naar de VS, Azerbeidzjan, Duitsland, Oostenrijk en Italië.
In Bakoe is men ervan overtuigd dat de auteur een Azerbeidzjaan is, een
zekere Yoesef Vezir Chamanzaminli, minister, ambassadeur en schrijver
die een dagboek had bijgehouden - thans in bezit van zijn zoons, Veziroff
geheten - waarin hij schreef hoe hij verliefd werd op een meisje N., later
Nino genoemd, en het ging ook nog om een christelijk, Georgisch meisje.
In de film kunnen we zien hoe heftige discussies in Bakoe over de waarheid
uitmondden in boze blikken en De Putter voegde in het interview toe hoe
een eerbiedwaardige oude heer zelfs de bril van zijn jongere tegenstander
van diens hoofd sloeg...
In 1994 en 1996 zijn er in Azerbeidzjan trouwens conferenties gewijd aan
de kwestie van het auteurschap, georganiseerd door resp.het Nizami Ganjavi
Instituut van de Academie van Wetenschappen en de Azerbeidzjaanse Schrijversunie,
beide in Bakoe.
In Wenen kwam De Putter op het spoor
van barones Elfriede Ehrenfels von Bodmershof, in 1980 gestorven, de mogelijke
(mede)auteur van de roman. In uitgeverscontracten staat vermeld
dat Kurban Said het pseudoniem is van barones Elfriede. Maar is dat zo?
Juridisch gezien wel, maar verder? Twee in Oostenrijk wonende nichtjes
van tante Elfriede geloven dat een hevig verliefde Azerbeidzjaanse jongeman
indertijd naar Parijs is gegaan waar hij een avonturier ontmoette, de
joodse Lev Nussimbaum, afkomstig uit Bakoe en gevlucht voor de Russische
Revolutie. De Azerbeidzjaan verkocht zijn verhaal aan Nussimbaum, die
op een gegeven moment in Wenen arriveerde, waar hij verliefd werd op barones
Elfriede. Lev vertelde haar vervolgens over de liefdesgeschiedenis van
de twee jonge mensen, en, opgesierd met hun eigen belevenissen, werd Ali
en Nino geschreven. Deze Azerbeidzjaan is dus Yoesef
Vezir Chamanzaminli. Hij woonde evenals Lev Nussimbaum in Parijs in de
jaren twintig. In 1926 keerde Vezir terug naar Bakoe waar hij slachtoffer
werd van de Stalinistische zuiveringen.
Er zijn diverse redenen om aan te nemen dat Bey/Said verhalen van Chamanzaminli
aanpaste en ontwikkelde voor zijn eigen boeken.
Alias Kurban Said laat
in het midden wie de echte Kurban Said is. De kijker mag zelf zijn conclusies
trekken en een voorkeur uitspreken na het zien van de film waarin verschillende
vormen elkaar afwisselen. De acteur Bruno Ganz leest fragmenten voor uit
Ali en Nino, er zijn korte interviews, archiefopnamen
uit het oude Bakoe die de sfeer van weleer oproepen, en er komen gedramatiseerde
scenes in de film voor.
Bijna
tegelijk met de lancering van de film in Nederland, verscheen
in februari 2005 in de VS een boek over Kurban Said/Essad Bey: The
Orientalist: Solving The Mystery of a Strange and Dangerous
Life (Random House) door Tom Reiss,
die eerder het Nawoord schreef bij de editie van
Ali en Nino uit 2001 en waarin hij de biografie van Kurban Said
al aankondigde.Het boek is in het Nederlands vertaald: Een
reiziger uit de Oriënt. Over het verborgen leven van de schrijver
van Ali en Nino, en uitgegeven door De Bezige Bij (423 p,
€ 29,90).
Reiss is zes jaar bezig geweest aan het boek en volgens hem is Nussimbaum
de enige echte auteur van Ali en Nino. Degelijk en grondig was Reiss'
onderzoek naar deze eigenaardige, ongewone persoon, die zo vol verbeeldingskracht
zijn leven gestalte gaf.
In gezelschap van de Amerikaanse uitgever van het boek, Peter Mayer, begon
Reiss zijn speurtocht met een bezoek aan een jurist in Wenen die de auteursrechten
van het boek behartigt en die toebehoren aan een nichtje van barones Elfriede
Ehrenfels. Reiss ging ook naar Bakoe waar een gids hele passages citeerde
uit Ali en Nino en hem in een auto door de
stad rijdend, alle plekken toonde die in het boek genoemd worden.
Reiss: "In Ali and Nino biedt Kurban
Said niets anders dan een bezielend pleidooi voor ethnische, culturele
en religieuze vermenging. De warmste passages in de roman beschrijven
de kosmopolitische Kaukasus aan de vooravond van de revolutie - een tijd
waarin honderd volkeren, talen en alle grote religieuze groepen met elkaar
vochten, in poëzie-wedstrijden op marktplaatsen - en de boodschap
schijnt te zijn dat de scheiding van volkeren iets lelijks is en misdadigs".
Uit Ali en Nino: "Daar zitten we dan, de vertegenwoordigers van de
drie grootste volkeren van Kaukasië: een Georgische, een mohammedaan,
een Armeniër. Onder dezelfde hemel geboren, door dezelfde aarde gedragen,
verschillend en toch één - als de drie wezens God. Europees en Aziatisch
tegelijkertijd, van het Westen en het Oosten ontvangend en aan beide gevend".
Elin
Suleymanov uit Bakoe schreef in 1998 in een recensie over Ali
en Nino dat de roman een "gids voor de ziel van de Kaukasus"
is:
"Ali en Nino is een universeel verhaal, èn een typische Kaukasisch
verhaal. Alleen oppervlakkig gezien gaat het boek over de verschillen
tussen Europa en Azië, termen die eigenlijk niet van toepassing zijn.
Het boek gaat ook niet over de verschillen tussen de islam en het christendom
zoals sommigen willen doen geloven. Zowel Azerbeidzjan als Georgië
zijn in vele opzichten Europees, maar in vele opzichten ook niet. Voor
degenen die zich bedienen van simpele geografische en culturele definities
is dit misschien een teleurstelling. Het is niet makkelijk een plaats
te definiëren waar verschillende culturen elkaar ontmoeten die elkaar
wederzijds eeuwen lang hebben beïnvloed. Er is in Azerbeidzjan een
gezegde over dit gebied dat ligt op het kruispunt van Oost en West en
dat luidt: "Boera Qafqazdir" en dat betekent "Dit is de
Kaukasus". De vereniging van Ali en Nino is niet een vereniging van
Europa en Azië, zoals een buitenstaander misschien zou concluderen,
maar het is de vereniging van twee van de vele verschillende en toch met
elkaar verbonden culturen van de Kaukasus".
".........In Iran beseft Ali dat ondanks de culturele affiniteit
die hij voelt met Iran, hij daar toch niet kan leven; het is niet de Kaukasus.
Terwijl de melodische poëzie van Midden-oosterse roebayyats Irans
voorkeur voor ontspanning en vermaak is, danst men in Bakoe een wilde
Kaukasische dans - "Sjamils gebed" - de lezginka, die door alle
Kaukasiërs op feesten wordt gedanst".
Ethnische,
bloedige oorlogen of ethnische zuiveringen waren
er onderling in de Kaukasus niet. Wat er in de jaren negentig is
gebeurd in Abchazië, Ossetië en Nagorno Karabach is een modern
verschijnsel. Wel waren de volkeren van de Kaukasus eeuwenlang bezig met
zich te verdedigen tegen Mongolen, Russen, Turken en Perzen die de Kaukasus
wilden bezetten.
"Ondanks de culturele verschillen zoals beschreven in het boek
Ali en Nino, voelen beiden zich ten opzichte van elkaar geen vreemde.
Noch worden zij door familie en vrienden sterk afgewezen. De oorlog, door
vreemde mogendheden teweeggebracht - en niet door culturele verschillen
- heeft de scheiding tussen Ali en Nino tot gevolg. Verdraagzaamheid van
mensen met een sterke geloofsovertuiging en met een oude cultuur is een
van de belangrijkste boodschappen in dit boek", aldus Elin Suleymanov.
("Ali en Nino by Kurban Said - Inside the Soul of a Caucasian",
door Elin Suleymanov in Azerbaijan International. Zie website www.azer.com
en vervolgens Magazine Archives, Summer 2000 (8.2).
Het
verhaal van Ali en Nino wordt vervolgd. Regisseur Pieter Verhoeff
- van o.a. films als Nynke - werkt sinds 2004
aan de verfilming van de roman. Producenten zijn Claudie Ossard en Egmond
Film & Television. De twee uur durende film wordt het Engelstalige filmdebuut
van Verhoeff en wordt grotendeels op locatie in Azerbeidzjan opgenomen.
Het budget van de film bedraagt achtenhalf miljoen euro.
We kijken er met spanning naar uit!
Een ander vervolg was het toneelstuk Ali en Nino,
een productie van Theater De Engelenbak in Amsterdam. Op 1 oktober 2005
was de première. Ali Kouchiry en Helmert Woudenberg, beiden acteur/regisseur,
kregen de opdracht om de geschiedenis van Ali en
Nino te bewerken tot een nieuwe toneeltekst en voor Theater De
Engelenbak te ensceneren. Deze speciale productie werd gemaakt in het
kader van het dertigjarig jubileum van De Engelenbak.
In februari 2007 verscheen Ali en Nino als hoorspel op cd: Ali
en Nino, hoorspel naar de roman van Kurban Said. Prijs € 19,95,
te bestellen bij de HoorSpelFabriek, www.hoorspelfabriek.nl
Hans
IJsselstein Mulder en de speurtocht naar
Said/Bey in 1991 in Oostenrijk
Sinds
de verschijning van zijn boek The
Orientalist
wordt Reiss gepresenteerd als de ontdekker van de ware identiteit van
Kurban Said.
Maar, de identiteit van Said was allang geen geheim meer en al bijna anderhalf
decennium bekend in Nederland, jaren voor Reiss' speurtocht begon.
In juli 1991 publiceerde Hans IJsselstein Mulder zijn artikel Het
mysterie rond Kurban Said en de roman 'Ali en Nino' in
het tijdschrift Het oog in 't zeil.*)
Daarin beschrijft Mulder uitgebreid zijn zoektocht naar Kurban Said/Essad
Bey, die begon nadat hij een summiere levensbeschrijving in de Nederlandse
uitgave van Ali en Nino van 1974 had gelezen.
Al eerder had Mulder bij een antiquariaat het boek Öl
und Blut im Orient uit 1929 gekocht waarin Essad Bey zijn eigen
belevenissen als een rode draad door het boek weefde die overeenkomsten
vertoonden met Ali en Nino.
Mulder reisde, nadat hij van de Engelse uitgever
van Ali en Nino vernomen had dat er vanuit
Wenen aanspraak werd gemaakt op het auteursrecht van het boek, naar Oostenrijk
waar hij van de weduwe van Omar Rolf von Ehrenfels, een vriend van Said/Bey,
toestemming kreeg de ongeordende "archieven" in
te zien die aanwezig waren
in slot Lichtenau bij Krems in het Waldviertel.
Mulder liet kopieën maken van documenten en kreeg foto's van de barones
mee die in zijn artikel in Oog in 't zeil
staan afgedrukt.
Stap voor stap ontrafelde Mulder, die ook nog een bezoek aan Praag bracht
voor meer informatie, het weefsel van verdichtsels rond de identiteit
van de auteur van Ali en Nino.
Voor Mulder stond de identiteit van Said/Bey/Nussimbaum in 1990 onomstotelijk
vast.
In 1998 bracht Tom Reiss een bezoek aan Hans IJsselstein Mulder:
.........."Eind 1998 belde Jaco Groot van uitgeverij De Harmonie
me op. Hij had een Amerikaan op bezoek, die voor The
New Yorker werkte en bezig was met een artikel over Kurban Said.
Of ik bereid was hem te helpen. Zo verscheen Tom Reiss kort daarop aan
de deur, die vertelde dat hij in Oostenrijk was geweest. Daar had hij
de mij ook bekende barones Von Ehrenfels, Mireille Abeille, bezocht, die
het archief van haar man beheert. Deze was bevriend geweest met Essad
Bey, het alter ego van Kurban Said.
Helaas had de barones hem nauwelijks kunnen helpen. Het materiaal en de
foto's die betrekking hadden op de schrijver, waren zoek. In 1990 had
ik meer geluk gehad. Toen waren er wat brieven, contracten en foto's boven
water gekomen, die ik had mogen gebruiken voor mijn artikel Het
mysterie rond Kurban Said en de roman Ali en Nino in Oog in 't
zeil"...............
.........."Tom Reiss was bijzonder verheugd over mijn materiaal,
waarbij zich het onomstotelijke bewijs bevond dat Kurban Said en Essad
Bey één en dezelfde persoon waren geweest. Hij verzocht
me het te mogen kopiëren. Dat mocht hij, vanzelfsprekend op voorwaarde,
dat hij zijn bron zou vermelden. Ook belde hij op mijn aanraden met de
weduwe van Alexander Brailow in New York. Deze Brailow was een goede vriend
van Essad Bey geweest en had veel materiaal over hem verzameld. Indertijd
had hij me dit voor dertigduizend dollar aangeboden. Helaas had ik dat
geld niet. Enigszins merkwaardig was dat Reiss wel over documenten - correspondentie
- van de Amerikaanse uitgever van Ali en Nino beschikte,
waaronder brieven van Alexander Brailow, met vermelding van adres. Vreemd
dat hij, zelf woonachtig in New York, daar niet achterheen was geweest.
De lichte twijfel die dit bij mij opriep ten aanzien van Reiss' capaciteiten
als serieus onderzoeker werd versterkt bij het lezen van zijn artikel.
Niet alleen noemt hij nauwelijks bronnen - en, afgezien van zijn Nederlandse
bron, al helemaal niet eerdere informanten die Essad Bey en zijn alter
ego Kurban Said kenden, zoals Jenia Graman en Alexander Brailow - ook
blijkt hij zijn duim nogal eens in de kleurrijke inkt van de fantasie
te hebben gedoopt. Passages als "hij danste zich met behulp van steeds
brutalere listen een weg naar het hart van de macht, als een dief op een
gemaskerd bal", of "hij creëerde een mythe van zichzelf
als een woestijnavonturier en een mysterieuze man van actie" zijn
leuterpraat. In plaats van de mythe te ontrafelen dikt hij deze nog eens
aan, zodat er op de flaptekst van de Nederlandse uitgave de volkomen onzinnige
typering 'Turks-Arabische avonturier Essad Bey' wordt vermeld. De conclusie
is dat Tom Reiss door op de loop te gaan met andermans gegevens èn
er een fantasierijk loopje mee te nemen in dubbel opzicht valsheid in
geschrifte heeft gepleegd".
Aldus Hans IJsselstein Mulder in een brief aan Uitgeverij
De Bezige Bij/Manteau naar aanleiding van de heruitgave van
Ali en Nino in 2001, waarin een nawoord van Reiss is opgenomen.
In
het boek The Orientalist van Tom Reiss dat
in februari 2005 uitkwam, wordt in de bronvermeldingen nergens de naam
van Hans IJsselstein Mulder genoemd...........
*)
Artikel Het mysterie rond Kurban Said en de
roman 'Ali en Nino' in het tijdschrift Het
Oog in 't zeil,
jaargang 8, nummer 4, juli 1991.
Klik
hier voor de Bibliografie Essad Bey
van Dr H. IJsselstein Mulder
Alexandra
Gabrielli, februari - november 2008
|

Poster
voor de film
Alias Kurban Said

Omslag
van de roman Ali en Nino uit 2001 met een portret van barones Elfriede
von Ehrenfels,
uitgeverij De Bezige Bij.
Linksboven het omslag van Ali en Nino,
tweede druk uit 1981 bij uitgeverij De Harmonie

Foto
uit de film Alias Kurban Said

Essad
Bey

Op
het 34ste Internationale Film Festival Rotterdam, gehouden van
26 januari - 6 februari 2005 werd de film Maidan,
navel van de wereld van
Dato Janelidze vertoond. Maidan
is een plein in Tbilisi en was het centrum van de Kaukasus in voorgaande
eeuwen, waar de volkeren elkaar ontmoetten.
Klik hier voor de pagina over Maidan
op deze website.


Affiche
van het toneelstuk Ali en Nino dat op
1 oktober 2005 in
première ging in
Theater De Engelenbak te Amsterdam

Omslag
van de cd met het hoorspel
naar de roman Ali en Nino
|